
Amalia De Roover
Amalia is de oudste dochter van een Belgische vader en een Burkinese moeder. Hoewel ze geboren werd in België, groeide ze op in zowel België als Burkina Faso. Ze behaalde een master in Geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen en een master in Gender en diversiteit aan de Universiteit Gent. Daarnaast volgde ze een postgraduaat in podcasting aan de Arteveldehogeschool. Momenteel werkt ze als doctoraatsonderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, waar ze onderzoek doet naar het diversiteitsbeleid in het Vlaamse hoger onderwijs.
Meester van de vreugde – childish, in the best way possible.
In deze tekst zal ik Nederlands en Engels afwisselen, omdat in de aflevering ook Engels
en Nederlands door elkaar werd gesproken.
De titel van deze aflevering, Meester van de vreugde, is uitstekend gekozen. ‘Meester’ kan
immers verwijzen naar het beheersen van een vaardigheid, maar evengoed naar het
doorgeven van kennis: iemand die anderen iets aanleert. In deze aflevering doet Alex beide.
Niet door te vertellen hoe je geluk moet najagen, maar door een manier van ‘kijken’ te tonen
die hier mogelijks aan kan bijdragen. Geen stappenplan, maar een houding.
Wat bijblijft, is hoe Alex spreekt over emoties: “I will say: okay, this is sadness. Let me just
stand there and take it in. And I find myself taking in sadness with a smile, because I see how
beautiful the diversity of human emotion is.” Die houding is waardevol. Niet zo snel mogelijk
afleiding zoeken, maar gaan ‘zitten’ met je emotie. En het klopt: een emotie kan je serieus
nemen en tegelijkertijd niet te veel gewicht geven. Je kan een emotie intens voelen en tegelijk
relativeren. Je kan je emoties met respect benaderen en erkennen dat ook dit voorbijgaat.
Erkennen, aanvaarden, voelen, appreciëren.
Een tweede verfrissende invalshoek die in de aflevering naar voren komt, gaat over the game
of life. Terecht merkt Ebe op dat deze uitdrukking vaak wordt geassocieerd met strategie,
met winnen of verliezen, met sluw een spel spelen. Maar dat is niet wat Alex ermee bedoelt.
The game of life kan ook verwijzen naar een spel dat speels en licht is, doordrongen van
lachen en plezier. Childish, in the best sense of the word.
Alex vertelt wat hij leert van kinderen: hoe ze het ene moment intens verdrietig kunnen zijn
en het volgende moment uitbundig lachen. Now I am sad, now I am happy — zo eenvoudig
kan het zijn. Hij vraagt zich af waarom we emoties bij volwassenen vaak zo zwaar en ernstig
benaderen, soms zelfs dramatiseren. Bij een kind proberen we niet meteen iets met grote
ernst op te lossen. Meestal blijven we simpelweg nabij, soms al lachend, en laten we het
voorbijgaan. Intuïtief voelde ik weerstand bij deze gedachte: volwassenen hebben toch
meer (zelf)bewustzijn, meer verantwoordelijkheid en vaak ook reëlere zorgen? Tegelijkertijd
kan ik inzien dat er wijsheid schuilt in dat kinderlijke voorbeeld: het gaat niet om
minder aandacht geven aan emoties, maar om ze vollediger toe te laten. If you feel it, go
all the way.
Of Alex dit alles wil overbrengen als een boodschap, een levensles of simpelweg als een
persoonlijke ervaring, kan ik niet invullen. Maar duidelijk is wel hoe waardevol het kan zijn
om deze houding te beheersen. Tegelijkertijd kan deze manier van kijken niet los worden
gezien van context. Ze veronderstelt, volgens mij, dat bepaalde basisbehoeften vervuld zijn:
veiligheid, gezondheid, een dak boven je hoofd, eten op je bord, bestaansrecht. Het is een
privilege om de (mentale) ruimte te hebben om deze houding te ‘beoefenen’.
Tot slot: misschien schuilt het ‘meesterschap’ waar de titel van deze aflevering naar verwijst
in een moeilijk te beheersen paradox: emoties diep en eerlijk voelen, en ze tegelijk niet
zwaarder maken dan nodig. Ernst en speelsheid naast elkaar laten bestaan.

Groen licht
n.a.v. ‘De verwarring van het donker’
We fietsen samen naar een wekelijkse brunch op zondagochtend. We staan voor een rood licht aan een zebrapad. Tegenover ons beginnen fietsers over te steken. Wij niet, want wij zien geen groen licht. Pas na een tijdje dringt het door dat het groen is voor fietsers in beide richtingen, alleen was dat voor ons niet zichtbaar op dat moment.
‘Waarom doet niemand teken naar ons dat wij ook kunnen oversteken?’, zegt mijn gezelschap. Ja, waarom eigenlijk?
We fietsen verder en klagen over hoe het zo vaak ‘ieder voor zich’ lijkt, en we vragen ons af of dat iets Belgisch, iets Europees of iets Westers is misschien? Of gewoon iets eigen aan deze tijd? Toegegeven: waarschijnlijk interpreteerden we dit voorval te snel als een symptoom van iets groots en structureels. En toch, een handgebaar van onze overburen aan dat zebrapad, ‘het is groen hoor!’, had een verschil gemaakt.
Diezelfde namiddag luister ik naar de podcast. “Je kan niet overleven als individu, je moet verbinden” is één van de eerste zinnen die ik hoor wanneer ik de aflevering start. Ik denk: exact, leve de verbinding! Ik begin aan het schrijven van een warm pleidooi voor verbinding. Even later verwijder ik de alinea.
Het is eerlijker om te schrijven over hoe verbinden soms moeilijk is. Beter gezegd: in verbinding blijven. Het is voor mij moeilijk verbonden te blijven, écht verbonden te blijven, wanneer ik merk dat ik met iemand niet (meer) op dezelfde lijn zit over thema’s die voor mij belangrijk zijn. Misschien is dat voor velen herkenbaar. Een tijd lang stonden mijn sociale media vol quotes als ‘protect your peace’ of ‘not everything deserves a response’, quotes die passen binnen een bredere aandacht voor het beschermen van je mentaal welzijn, grenzen stellen etc. Ik kan mezelf hier deels in vinden: niet onvoorwaardelijk een connectie onderhouden wanneer iemands standpunten je verdriet doen, niet eindeloos uitleggen wat kwetsend is wanneer iemand niet wil begrijpen. Misschien beïnvloed door deze ‘trend’, wordt in verbinding blijven soms moeilijk. Wat volgt is geen uitgesproken breuk, maar het is ‘uitchecken’, verwachtingen bijstellen, minder investeren, soms zelfs opgeven.
In mijn omgeving zijn er veel mensen die goed in verbinding kunnen blijven ondanks fundamentele meningsverschillen of verschillende levensvisies. Het ene moment vind ik dat bewonderenswaardig, het andere vind ik het laf. Toch denk ik dat dat uiteindelijk is wat we met z’n allen moeten nastreven. Ik geloof, net als Eva, dat verbinding (én een diversiteit aan standpunten) essentieel is om te overleven. Want wat is het alternatief?
Maar zover ben ik nog niet. Tot het zover is, kan ik eerlijker pleiten voor iets kleiners, iets makkelijks: oppervlakkige verbinding. Paradoxaal misschien. Geen gedeelde waarden, geen consensus, geen grote betrokkenheid of persoonlijke investering, maar simpelweg een beetje lieve aandacht. Een handgebaar aan een zebrapad, een deur openhouden, oogcontact en een knikje,… daarvoor hoef je niet te weten wat iemands standpunten over de grote thema’s van deze tijd zijn.
Ironisch genoeg is mijn verwijt aan de fietsers trouwens helemaal niet zo verbindend of empathisch. Misschien hadden ze haast, misschien zagen ze ons niet. Verbinden over fundamentele verschillen heen is moeilijk en groots maar misschien hoeft verbinding dat niet altijd te zijn. Misschien begint ze, zoals aan dat zebrapad, bij het erkennen dat niet iedereen hetzelfde licht ziet en kan een evenwoudig teken volstaan om dat verschil te overbruggen.

Veerkracht
N.a.v. aflevering 7 ‘De rondedans van de verbinding’
Frank zegt: trauma’s zitten soms vast.
Ze schuren, wringen, bezorgen ons last.
Ze bepleiten: praat erover en breng het zo in beweging.
Dat lucht op, dat zorgt voor heling.
Over ons lichaam weten we: het herstelt zichzelf van een snee.
We weten: het komt goed, het valt wel mee.
En ja, bij wonden, diep en zwaar,
hebben we soms een ander nodig, elkaar.
Waarom zouden we niet geloven
dat onze geest hetzelfde kan beloven?
Onze geest kan dat ook, vertrouw het maar,
onze geest is ook sterk, veerkrachtig en weerbaar.
Misschien mag dat dus wat meer vertrouwd
geloven dat wat zich breekt, zich ook herbouwt.
Niet snel, niet luid
maar vanbinnen, onder de huid.

Zonder blikken of blozen
Ik had moeite om te kiezen waarover ik deze tekst wilde schrijven. In de aflevering werden in hoog tempo verschillende onderwerpen aangeraakt waar ik tijdens het luisteren instemmend bij knikte, die ik waardevol vond, of waarover ik vragen wilde stellen. Maar als historica, die zich waar mogelijk heeft verdiept in de Belgische koloniale geschiedenis, bleef het gesprek over dekolonisatie het meeste hangen.
‘Dekolonisering’ is een begrip met meerdere betekenissen. In eerste instantie verwijst het naar het politiek onafhankelijk worden van voormalige kolonies ten opzichte van de metropool. In deze betekenis is het duidelijk, feitelijk, droog. Het vraagt van huidige generaties weinig.
In het gesprek met Ebe verwijst Ella vooral naar een tweede betekenis. Deze tweede invulling is minder comfortabel en minder afstandelijk. Ze roept op tot inspanning, reflectie en het stellen van vragen. In deze betekenis gaat dekolonisering (of preciezer: ‘dekolonialiteit’) over het begrijpen én herstellen van koloniale machtsverhoudingen die doorwerken tot in het heden. Hoe manifesteert deze erfenis zich vandaag? Wie plukt nog steeds de vruchten van structuren en ideeën die toen zijn ontstaan? Wie ondervindt er nog steeds de negatieve gevolgen van? Wiens kennis en ervaringen worden erkend en gewaardeerd, en wiens niet?
In die context vond ik het voorbeeld dat Ella aanhaalde waardevol. Ze beschreef een scène uit een documentaire, in een kapsalon uitgebaat door een zwarte vrouw. Het viel haar op hoe witte passanten herhaaldelijk stopten om naar binnen te kijken. In de documentaire werd van dit kijken geen expliciet thema gemaakt, maar Ella deed dit wel. De kapster sprak over de ‘zoo humain’: “kijk hoe ze naar ons kijken, alsof we tentoongesteld worden.”
De (defensieve) reflex op die gedachte is voorspelbaar: “we zijn gewoon nieuwgierig”, “ik bedoel het goed”, “het is toch goed om geïnteresseerd te zijn?”. Kortom: it’s not that deep.
Maar het is niet altijd mogelijk om je voor te stellen welk gewicht een handeling draagt. Wie kijkt, ervaart dat kijken misschien als neutraal, goedbedoeld, onschuldig. Wie bekeken wordt, ervaart dit niet noodzakelijk zo. Dat komt omdat zo’n ervaring nooit op zichzelf staat, maar ingebed is in een bredere context. Ze draagt, zoals Ebe en Ella aangeven, een gewicht. Zij verwijzen naar generationeel trauma, ik benoem het hier ook als ‘historisch gewicht’.
Daarbovenop komt, volgen mij, het gewicht van herhaling. Handelingen krijgen niet alleen betekenis door het verleden, maar ook doordat ze zich herhaaldelijk voordoen, binnen één mensenleven, steeds opnieuw.
Dit betekent niet dat iedere blik problematisch is, of dat intentie niet van belang is. Maar het betekent wel dat intentie niet het enige is dat telt.
De vraag is dus niet: mag ik nog kijken?
De vraag is: wat betekent mijn kijken, in deze context, voor de ander?
Hoewel het voorbeeld van het kijken de aanleiding vormt, geldt deze reflectie voor tal van andere ogenschijnlijk onschuldige handelingen. Het ongevraagd aanraken van afrohaar; het fotografen van kinderen in het Globale Zuiden zonder toestemming en het delen van deze beelden op sociale media; de moeite niet nemen om iemands naam correct uit te spreken; of vragen ‘van waar iemand écht komt’, etc.
Ik wil niet beweren dat deze interacties voor iedereen kwetsend of betekenisvol zijn. Niet iedereen zal, zoals de vrouw in de documentaire, aanstoot nemen aan het kijken. Ervan uitgaan dat de vrouw in de documentaire “dé zwarte vrouw” kan vertegenwoordigen is problematisch op zich. Maar dat sommige mensen hierin geen probleem zien, betekent niet dat die ervaring voor anderen minder reëel is of niet serieus genomen moet worden.
Dit is dan geen pleidooi voor verlamming, of voortdurende zelfcensuur. Het is een pleidooi voor reflectie. Niet alleen omdat het de ander ten goede komt, maar ook omdat het een verrijking is voor diegene die handelt.
Zoals Ella zegt: het gaat hier niet om schuld. De huidige generatie draagt geen persoonlijke verantwoordelijkheid voor het koloniaal verleden. Maar we bewegen ons allemaal in structuren die onder meer door dat verleden gevormd zijn. In een context waarin kennis over kolonialisme en dekolonialiteit niet vanzelfsprekend wordt meegeven is jezelf informeren en in vraag stellen een goede eerste stap. Ella, bedankt voor de aanzet.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. Voor meer toegankelijke informatie over ‘dekoloniseren’ zie onder andere 11.11.11. , Nozizwe Dube
2. Voor meer informatie over de ‘zoo humain’ zie onder andere Africamuseum
3. Voor informatie over micro-agressies zie o.a. Kif Kif; Hand in Hand vzw

Schrijf ons.
Met Mens me. willen we je graag uitnodigen om ook jou bedenkingen, inzichten, verhalen met ons te delen.

