
Justine Helleputte
Justine is schrijver, theatermaker en dramaturg in opleiding aan LUCA Drama. Ze zet graag de puntjes op de i als eindredacteur en tekstcoach. Voor ze de artistieke wereld indook behaalde ze een master Bestuurskunde en Publiek management aan de UGent en een master Journalistiek aan de VUB.
Haar theatrale werk onderzoekt de mengeling van het kleine, persoonlijke en het grote, maatschappelijke.
Een bokaal vol knikkers
1.
Stel je voor, een oude confituurpot gevuld met knikkers. Het is een oefening van mijn psycholoog en de pot is halfvol. Iedere keer als ik mij vrij voel, laat ik een knikker in de bokaal vallen. Een visualisatie maar ook een poging tot reflectie. Waar vind ik mijn vrijheid? Waar voel ik mijn vrijheid?
De confituurpot is al enkele jaren geleden verdwenen, maar ik verzamel nog steeds knikkers in mijn hoofd. Als Dominique Mertens mijn psycholoog was geweest, zou ze misschien zeggen dat ik op zoek was naar mijn innerlijk kompas. Dominique is niet mijn psycholoog, ik mag enkel luisteren naar haar warme woorden en ze in mij opnemen, aftoetsen aan mijn eigen ervaringen. “Mens zijn en mens blijven is de vrijheid van beweging”,
zegt ze.
Ik zit op de tram en ik heb tijd, ik kan blijven zitten en al de buurten van Brussel bezoeken. Een knikker rinkelt door mijn hoofd. Ik heb de laatste jaren bepaalde keuzes gemaakt in mijn leven, beweeg in de richting van mijn betekenis. Vandaag voel ik mij vrij. Ik wens iedereen dat gevoel toe, om vrij te zijn. Zich voort te kunnen bewegen door hun land, hun stad, hun buurt, richting vrienden, familie, vreemden en zichzelf.
2.
Sinds 1948 is dit voor Palestijnen niet meer mogelijk. Hun bewegingsvrijheid werd afgenomen, ze worden vandaag door Israël van de ene plek naar de andere verdreven, opgejaagd, vermoord. In Congo worden burgers uit hospitalen ontvoerd, in Soedan en Gaza worden ziekenhuizen bewust gebombardeerd, in Oekraïne viseert Rusland kraamklinieken. Kinderen geboren in puin en trauma, onvrijheid. Moeders gestorven tijdens het geven van leven.
Kunnen we ons nog een wereld inbeelden zonder geweld?
Ebe zou vechten, vertelt hij aan Dominique. Hij wil het niet, maar voelt de mogelijkheid in zichzelf. Hij accepteert de trauma’s, dat al het innerlijke werk dat hij deed, zou worden weggevaagd. Hij zet zich schrap, wil zijn vriendin beschermen. Ik ken Ebe. Ik ken hem als een zachte, zorgende, gepassioneerde vriend. Ik ken Ebe en ik geloof hem als hij zegt “no violence”, en ik geloof hem als hij zegt “dan wel”. Als het moet “dan wel”.
Vrouwen en kinderen eerst, ook in de tragische berichtgeving over oorlog, maar wat te doen met de mannen? We doen ze tekort door ze enkel op te voeren als agressor of kanonnenvoer. Soms krijgen ze even aandacht, als het dokters, intellectuelen of journalisten zijn, vaak pas nadat ze gedood zijn, vermoord. Wat met de mannen op de markt, in de restaurants, de voormalige taxichauffeurs? Het lijkt een evidentie dat ze zouden vechten én sterven.
Op zoek naar antwoorden vind ik bell hooks, die de situatie zoals zo vaak helder schetst: “In patriarchal culture males are not allowed simply to be who they are and to glory in their unique identity. Their value is always determined by what they do. In an anti-patriarchal culture males do not have to prove their value and worth. They know from birth that simply being gives them value, the right to be cherished and loved.” Het zit diep ingebakken, maar ik hoop dat de mannen in mijn leven weten dat ze niet moeten vechten om geliefd te zijn, om te mogen leven en lief te hebben. Dat mijn liefde niet voorwaardelijk is.
Stel je voor, een vader en een zoon die samen knikkeren, op wat ooit een speelplaats was in Rafah, Darfour of Cherson. De vader leert zijn zoon voorzichtig hoe, met net genoeg kracht, de glazen kleinodiën botsen. Ik laat het beeld hier hangen, bang om te zien hoe het afloopt.
3.
“Alle 17-jarigen krijgen in november brief over vrijwillig militair dienstjaar in de bus” staat er op 8 september 2025 in een Belgische krant. Wat doe je als geweld steeds dichterbij komt, steeds meer een evidentie?
We mogen als mensen en kunstenaars niet vergeten dat we de mogelijkheid hebben om een andere wereld te verbeelden. We mogen niet geloven dat geweld de enige optie is. We mogen niet toegeven aan de evidentie, het mag nooit makkelijk zijn. Meegaan in het verhaal van machthebbers die kernwapens en verhoogde defensiebudgetten normaliseren. Onszelf vastzetten, verstrikken in het discours van de overheersers en onderdrukkers.
We mogen de hoop niet opgeven, moeten blijven zoeken naar de woorden, net zoals Dominique en Ebe zoeken naar de woorden. Ruimte creëren voor de moeilijke gesprekken, in ons ongemak durven zitten als het gaat over onderwerpen als verzet en bevrijding. We moeten de spieren van onze tong blijven oefenen, zodat de boodschap van vrijheid niet verloren gaat. Het is onze plicht als mensen om onze eigen realiteit te scheppen, niet naïef, maar geworteld in een taal van liefde, solidariteit en vrijheid.
Stel je voor, een vader en een zoon die samen knikkeren. Ze hebben donker haar en donkere ogen en worden niet ontmenselijkt, niet vergeleken met dieren of barbaars genoemd. Ze knikkeren, hun gelach galmt over de speelplaats, tot de zon ondergaat en ze terugkeren naar huis, een huis dat er nog staat en waarvan de sleutel gewoon in de broekzak zit. Op de kast staat een bokaal vol knikkers.
Kunnen we ons nog een wereld inbeelden zonder geweld?
Stel je voor.

1 The Will to Change: Men, Masculinity, and Love van bell hooks
Vuile lamellen
1.
De lamellen in mijn slaapkamer zijn vuil. Ik vraag me af of ze al ooit door iemand gepoetst zijn. Niet door mij. Ze vallen één voor één naar beneden. Tevergeefs probeer ik ze terug vast te klikken in het schuifsysteen. Drie minuten later liggen er weer twee op de grond.
Er zitten vlekken op de muren waar vorige bewoners posters en postkaartjes ophingen. Ik laat even in het midden welke beschadigingen ik heb aangebracht in mijn oude kot. Kwestie van de waarborg te vrijwaren.
Ik ben namelijk net verhuisd.
Van 143A naar 143B. Van de ene identieke studio naar de andere. Alles voelt net verkeerd, maar ook wel verfrissend. Het is er properder, ondanks de vuile muren. De kraan zit los, maar glanst wel. Ik mispak me aan het toiletdeksel, niet meer van keramiek maar van goedkoop plastic. Het klettert.
Ik ben de laatste vijf jaar vier keer verhuisd en zou graag ergens blijven. Uitbreiden in plaats van inkrimpen. Ik voel de druk om steeds meer bezittingen weg te gooien, geven, doneren, maar krijg het onbehagelijke gevoel op te houden met bestaan.
Ik wil met een mes in de muren kerven zoals tienerjongens penissen op schoolbanken tekenen.
2.
Een vriendin van me dweilt. Ze dweilt zorgvuldig en routineus, van de ene hoek van de kamer naar de andere. Het is het laatste wat er moet gebeuren voor ik uitcheck en ik zit in de gang op de grond te wachten. Ik ben licht in mijn hoofd van de dampen, te veel schoonmaakmiddel in een te kleine ruimte. Ik ben zo dankbaar dat ze wilt helpen.
Verhuizen geeft me altijd stress. Er hing vaak een gespannen sfeertje rond, er werd gesnauwd en er ging altijd wel iets verloren.
Ik heb al maanden slapeloze nachten, uiteindelijk klaren we de klus op twee uur. Vijf vrienden aan de deur, stipt op tijd, transporteren even mijn hele leven. Ik kan bijna niet geloven hoe vlot het gaat. Ik maak grapjes over hoe ze mijn inner child healen. Stiekem meen ik elk woord.
Soms heb ik het gevoel dat ik ga wegdrijven, dat ik door het leven zweef, enkele millimeters boven de grond. Nooit echt goed geworteld. Dan dweilt een vriendin mijn slaapkamer, om mij een plezier te doen, en voel ik de zwaartekracht trekken, zink ik zachtjes in de vloer, laat een afdruk achter van mijn lijf. Permanent.
3.
Ik zit op mijn bureaustoel naar de lamellen te staren. Het is het laatste wat moet gebeuren. Ik weet dat, als ik er aan begin, ik niet halverwege kan stoppen.
Mijn blik glijdt over de blauwe zetel, de gevulde boekenkast, de souvenirs en prullaria. Er wacht een roze reiskoffer op mijn kleerkast, een baken, in de hoek van de kamer. Ik weet hoe hard het plastic van het handvat voelt. Hoe de wieltjes soms haperen.
Ik voel me vrijer op de vierde verdieping, het gevoel te zweven niet meer zo eigenaardig, tussen twee krachten in. Ik voel mijn bloed door mijn lijf stromen. Ik voel hoe mijn tenen hun best doen contact te houden met de vloer. Ze proberen zich vergeefs vast te klampen aan mijn wollige mat. Ik wil blijven, maar ook weg.
Er valt nog een lamel naar beneden. Ik vul een emmer met warm water en zeep, en ga aan de slag.

Dansende spreeuwen
Eerst stonden we met z’n tweeën te kijken, aan het raam, omgeven door gebouwen en beton. Dan in groep. Sommigen in stilte, gefascineerd, gefixeerd. Anderen begonnen te filmen. Het moment capteren is het tenietdoen, maar de behoefte was te begrijpen. De ondergaande zon creëerde haar mooiste werk, toch was ze slechts detail.
Zoals de zon zal ik proberen, heel mijn leven lang, maar nooit maak ik zoiets moois als toen de spreeuwen dansten.
Google, waarom dansen de spreeuwen?
Samen zijn ze sterker, hun bewegingen verwarrend, zo beter beschermd tegen roofvogels. Maar het gebeurt niet blindelings. Het is goed doordacht. Iedere spreeuw houdt zeven anderen in de gaten, allemaal gaan ze net even snel. Bij de minste verandering reageren ze op elkaar.
Wendbaar, flexibel, we passen ons aan, altijd. Maar over de gejaagde consumptiemaatschappij is alles al gezegd, daar gaat deze metafoor niet over. Ook niet over kuddegedrag, klimaatopwarming, cultuurpessimisme of de terugkeer van het fascisme.
“De moderne mens voelt zich vervreemd van de natuur, zijn medemens en zichzelf” staat er in het onafhankelijke weekblad.
Stonden we daarom zo verstomd van dit fenomeen? Ik voelde me verbonden met de vogels en de mensen. Ik kon nog uren blijven kijken. Vredevol, zonder verwachtingen of verplichtingen. Omringd. Mijn hoofd helemaal leeg, geen enkele gedachte. Zelfs niet, waarom? Of, hoe? Enkel misschien, zou God dan toch bestaan?
Niet toevallig is escapisme weer in de mode, en van alle tijden. De wandelaar boven de nevelen is meer dan tweehonderd jaar oud maar het antwoord vind je niet in bossen, idylle of gedateerde ideologieën. Tot 1972 draaiden we spreeuwen in de soep. De romantiek van de vlucht achteruit is verleidelijk, maar mijn rechten geef ik niet meer af.
Kunnen we nog even samen naar de spreeuwen kijken? Daar gaat het over, denk ik.

Een brief aan mijn toekomstig kind
Aan mijn toekomstig kind,
in mijn hoofd en in mijn hart al volmaakt met de krullen van mijn zus en de ogen van mijn moeder, die zich enkel zullen vullen met tranen van geluk en kleine, slechts kortstondige ongemakken.
Aan mijn toekomstig kind,
volmaakt, maar net wazig genoeg, details nog in te kleuren met potloden en wasco en de trekken van een mooie m/v/x nog nader te bepalen en afhankelijk van de hormonen die door mijn lijf razen doorheen maandelijkse stormcycli.
Ik voel de drang je in mijn armen te sluiten en op te tillen, hoog, omhoog, friemelend, giechelend, richting de warmte van de zon. Nog eens en nog eens en nog eens, eindeloos geduldig, oprecht niets beters te doen dan jou tevreden te stellen.
Soms denk ik dat ik een goede ouder zou zijn.
Soms denk ik dat ik een goede ouder zou zijn, maar geen goede moeder.
Soms denk ik dat ik op zoek ben naar de moeder in mezelf. Dat ik wil bewijzen dat ze bestaat. De zachte. De zorgzame. De liefelijke. Niet de moeilijke, tegendraadse, woke linkiewinkie licht neurotische geitenwollen sok.
Toch wens ik je toe tegendraads te zijn. Ik wens je toe de moeilijkste te zijn, de luidste, de lastige, de vechter, stellig overtuigd van je eigen kunnen anderen lief te hebben en dat dat absoluut genoeg is.
Soms denk ik dat ik een betere vader zou zijn. Met grote handen en weinig woorden.
Ik voel de hunkering. Een leegte in mijn armen, een fantoom gewicht op mijn heup. Niet het tikken van een klok, maar een steeds terugkerende droom. Waarom is het zo moeilijk om dat toe te geven? Waarom voelt het alsof ik mezelf moet verklaren? Waarom twijfel ik niet over het verlangen, maar of het verlangen wel mag bestaan, of het verlangen wel verantwoord is? Ben ik beïnvloed door propaganda van politieke dwazen, bezweken onder de
druk van patriarchale rolpatronen, bevangen door tradcath conservatism in een Instagram jasje van Chanel?
Wil ik daarom ieder kind dat ik zie in mijn armen sluiten en toeliegen dat het allemaal wel goed komt? Sussen met sprookjes waarin iedereen gelijk is, maar sommigen iets gelijker dan anderen. Verhaaltjes voor het slapengaan over hoop en liefde, hitte en oorlog. Het einde van de wereld.
Na slapeloze nachten komt de zon weer op, altijd, maar niet voor alle kinderen, niet voor al te veel kinderen.
Aan mijn toekomstig kind, wil jij wel geboren worden?
Hoe dit te schrijven in tijden van ingezette eindes? Al de feiten, grafieken en datapunten overtuigen me niet. Een nieuw begin voelt onverantwoord, maar onverantwoord voelt het ook jou niet de kans te geven te leven en de levens van enkelen te verbeteren. Ik verberg me niet achter potentiële kankerremedies of wereldvrede, ik wil je kleine schouders niet doen inzakken onder te grote verwachtingen. Ik vraag enkel dat je gelukkig mag zijn, misschien wel het moeilijkste verzoek van allemaal.
Ik ben het zelf nog aan het leren, maar misschien kunnen we samen zoeken en vinden en is het plots daar, een huis, een tuin, een hond en een cliché waar ik dan toch in verstrikt geraak. De klimop aan de buitenmuur maakt het plaatje af, maar wurmt zich een weg in elke scheur en aarzeling in de façade.
Hoe geloof ik dat ik het kan, niet onstabiel, gebrekkig, gebroken, dat ik iets door te geven heb, de kunst van het pleisteren misschien, het toedichten van gebroken dromen en harten met woorden en daden.
Aan mijn toekomstig kind, wil jij wel geboren worden?
Een brief aan mezelf,
de zesjarige verschanst tussen mijn hart en mijn ribben, gezeten op een bankje in het park, wachtend op een kus op een geschaafde knie. Niemand komt ongeschonden uit kinderjaren en glijbanen. Aan mijn allerkleinste ik,
wou jij wel geboren worden?
Ik heb het me afgevraagd, ooit, vaak, stiekem, soms nog steeds.
Misschien is dat het wel. Wat ik kan doorgeven. Het vermogen de werkelijkheid, de hele waarheid, recht aan te kijken en de koppige overtuiging dat het het waard is, lief te hebben.

Schrijf ons.
Met Mens me. willen we je graag uitnodigen om ook jou bedenkingen, inzichten, verhalen met ons te delen.


