
Luna Schuddinck
Luna (zij/haar) is schrijver en master in de Vergelijkende moderne letterkunde. Momenteel combineert ze een tweede masteropleiding in de Filosofie met een halftijdse job als leerkracht Nederlands voor anderstalige nieuwkomers. Daarnaast is ze poëzieredacteur bij Deus Ex Machina. In 2024 stelde ze een nummer samen rond het thema ecoGothic, wat eveneens het onderwerp van haar thesis was. Met een achtergrond in theater en slam poetry stond ze al op diverse podia, zoals dat van Gents kunstencentrum VIERNULVIER, Arca Theater en Podium Bloos in Breda. In 2024 ging ze als laureaat van VLOED op schrijfresidentie, waaruit een eerste publicatie voortkwam. In haar werk verkent Luna verschillende media, waarbij tekst steeds de boventoon voert.
Simone's Song
Mezelf gevonden in een afgereden motorspiegeltje op het Muntplein
(kikvorsperspectief): zowel groter als kleiner dan ik eerst dacht. Eerst dacht
ik aan hem en hoe Hij om- en omrolt in de palm van zijn hand. Onder
andere: mensen//veelkleurige vlakken//een oerknal, O Simone! Ik zou je
een make-over willen geven
zoals in high school drama’s (vijfde bedrijf).
Je zei: it is God who in his love withdraws from us so that we can love him,
dus moet Hij worden gelokt, bijeen gespaard; zijn liefde gaat met
voorwaarden gepaard. Een zuiver geweten, ja, en een communiceerbare
ziel, maar het alziend óóg wil ook wat, dus zou je je bril niet beter
inwisselen voor een paar lenzen, Simone?
En Sri Krsna zei tegen Arjuna (beste onder de Bhārata’s): wie de Absolute
Waarheid kent, o sterkgearmde, laat zich niet in met de zintuigen en
zinsbevrediging, laat zich niet
verglijden in het mATeRiëLe MoErAs. Maar Zaligmaker, Waarheidmaker,
waarom heeft u mij dan zo’n HONGER gegeven?
(Dat zei Arjuna vast niet, maar hadden ze in die tijd al gummy worms?)
Sin and error
are the curtain between God and his creation. De zin // God
heeft zich in tweeën gespleten en vervolgens verstopt
om zich door zijn andere helft te laten vinden. Was vergeten dat die van glas
was, het dus niet écht een spel was,
en daarom, Simone, heeft hij opsmuk nodig. Zonde.
Simone, je hongert,
put en kleedt je uit, op je slipje na (een kapotgewassen Zeeman-exemplaar,
lichtgrijs), staat te rillen in het spiegelpaleis
van je eigen lijden, je zei: affliction,
from this point of view, is hideous as life in its nakedness always is, like an
amputated stump, like the swarming of insects. Wij krijgen het koud als we
je zien - waarom heb je je niet beter ingepakt? Zoals God en die schepping
(noem het maskerade) waarin Hij zichzelf na de dienst weer terugvindt.
Gereflecteerd
maar gecamoufleerd, in gewaden van tweeduizend modes geleden. Niemand
die God ooit vraagt of Hij een nieuwe garderobe wil.
En Anne Carson zei tegen de lezer (beste onder de lezers) dat mensen
bidden om God door het universum te voelen bewegen, maar dat lijkt me
zoiets als je meubels tegen het plafond plakken om thuis te kunnen komen.
Ik geloof dat God ergens anders te horen is: door het doucheputje (zoals de
zee in een schelp). De strot van het huis;
komt bij mijn weten alleen voor als verkleinwoord. God is een eenvoudig
Man.
O mijn vleesgeworden void,
te vullen of uit te laten drogen? Kwijt te spelen: het erfelijke deel. Maar hoe
ik de zonde bemin zoals jij de leegte: als franje. Mijn godvormig gat // de
bandbreedte van wat van waarde is // een volmondig zwak
(want daar loopt het hart van over), maar moet je dan gierig zijn met je
godsvrucht
om het wij te doen worden?
Het spel moet worden gespeeld.
Hij vereist een speurzin als goud, is maar lichtend helder
voor de herder die van vachtjes houdt. De naam
is de dood van vibratie, slechts de naald
die de balans aangeeft. Is het dan gratie wat ons brengt bij het gewicht in de
schaal, decreatie wat ons vleugels geeft?
The being of men is situated behind the curtain. Het wezen van God achter
onze dichte oogleden. En toch, die eksterogen
willen blinkende dingen. Verhullen, verschijnen, met wat grime en een
blonde pruik:
the void opvullen. Diamonds are a girl’s best God,
Simone, het lege worden.

Lamentatie 9:21
Vrij naar Inger Christensen
Vel vergaat. Katjes vergaan. Het luttele ervan.
Orkanen vergaan, orkanen en drinkgelach.
In ruis in houtenkop heeft noodlot een gat geslagen,
witheet van klaarte. Golven klapwieken tegen ons in wijl wij
wachten onder de knechtende hemel. Hij deint in schelp
omzwachteld van ons weg, waar krenterig licht, waar verte.
Verte vergaat en de olm, maar slangen blijven
verjongen, gemiddeld zes tot acht tegelijk,
wee mij!
Want de dood is geklommen in onze vensteren,
zij heeft aan onze paleizen, met blote tand.
Wee ons, die hem mankeren.
Bergen,
breng ons een droom van hem die ons verlossen kan,
den hiel van ene witte haan, een veer in de knop.
Och heersers van het Noorden,
winden uit het Oosten, herinner hem.
Graspollen vergaan, de mythe vergaat, het plotselinge
van sneeuw in april, in eindes, het wegdek, en och,
en och, hij is doodgegaan.
Roos van eeuwig leven,
breng ons een interval van gulle slag, tussen voor
en altijd, in blik van stem,
om wie we mankeren, om wie we mankeren. Och leven
lengt zo onbekommerd, mengt ondergrond
weer met contrastkleur. Het gebeurt.
Zoals een woord
waarvan de randen wit wegtrekken.
Trekt ook hij van ons weg en werpt
zich zo halsbrekend op tot naamdag, relikwie.
Namen vergaan, net als erfgenamen. Dichteressen
vergaan en grootvaders,
geweeklaag.

Er was er eens één die
Er was er eens één die geen huid om te raken had gekregen:
Diëne: Moeder, ik ben gekomen om je de schuld te geven.
En een ander, die te nauw had geleefd:
Determina: Ik had je verwacht en ik heb niets te verklaren.
Diëne: Weet je wel dat ik je vriendelijke huis tot stof zal schoppen?
Determina: Ik heb een goede naam die stand zal houden.
Diëne: Ik heb een toorn meegebracht, daar heb ik dauwenlang op liggen broeden.
Determina: Ik heb je alles gegeven wat ik had.
Diëne: Toch ben ik in stukken vaneen. Mijn verwijten zullen als duiven tegen je ruiten spatten.
Determina: Ik heb je vezelrijk te eten gegeven, en nooit geen pluimvee. Flanellen beddengoed van november tot maart, een jaarlijkse tandartscontrole.
Diëne: Ik kan alleen huilen onder water. De badmeester begint zich vragen te stellen.
Determina: Ik heb je visolie gegeven, voor een goede groei.
Diëne: Pas wanneer ik de rug van een hand tegen mijn voorhoofd voel, val ik in slaap. Bij het blanke ontwaken
moet ik mezelf eraan herinneren dat ook die hand bij mij hoort.
Determina: Je hebt een bijzonder lang voorhoofd, ja. En een priemende blik, al van toen je nog een baby was. Daarmee houd je de mensen op afstand.
Diëne: Mijn vrienden vinden me preuts - om dicht bij hen te kunnen komen moet ik mezelf de roes in drinken.
Determina: De drank opent deuren, dat is een feit.
Diëne: Gisteren vroeg de badmeester of ik me weleens alleen voel (…). Het liefst had ik meer zweren gehad, roodgloeiend als pijlen.
Determina: Ik heb zweren gekend, weet je, die van mijn moeder en van mijn moeders moeder. Jij bent het vierde geheugen.
Diëne: Ik ben de soevereine kwinkslag, de breuk met de code.
Determina: Toen Katja stierf ging de televisie nooit meer uit. De ruimte werd zo verzadigd met beeld en geluid dat er voor verdriet geen plaats meer was.
Diëne: Ik was zes toen ik voor het eerst porno zag. Ik herinner me de lul van de buurjongen nog levendig. Daar hadden ze een eigen computer in de kelder. Later zocht ik zelf beelden op, in strips en televisieprogramma’s. Altijd zwangere vrouwen. Met van die groteske buiken – voorwerpen van lust en fascinatie, die me bevreemdden.
Er was er één, die leefde dicht op de deling:
Scissura: Dit voorwerp vereist een zakelijke behandeling.
Determina: Ik leerde onderhandelen om te kunnen leven (zucht). Mijn eigen kindertijd voor de vrijheid.
Scissura: Vroeger sprak men van het vrouwelijk lichaam als portaal tussen werelden, maar het zit anders: die buik, dat is de fabriek. En men is zelf slechts één van de radartjes in die mechaniek.
Diëne: Het moet rond die tijd zijn geweest dat ik de speelgoedthermometer ontdekte. Ik deed het achter de zetel, wanneer de anderen tv keken.
Determina: Sindsdien heb ik nooit meer trampoline kunnen springen zonder te moeten plassen.
Scissura: Op de opleiding werd gezegd dat men bij het opereren op wild vlees niet weekhartig mag zijn. Men leerde het lichaam te monsteren als orgaan.
Determina: Het is nu twintig jaar geleden dat ik tot schoot ben verworden. Wat ik nodig heb is een reisje naar de zon.
Scissura: Zo is het bijvoorbeeld belangrijk om altijd met de bladvezel mee te snijden. Men kan niet beginnen aan het eind.
Diëne: Ik heb altijd gedacht dat mij niets is overkomen. Maar dat is het nu net: er is mij niets overkomen. Ik wou dat je me tenminste had aangeraakt.
Determina: Ik ben er nooit helemaal van hersteld. Ze hebben me opengesneden tot aan mijn anus (snuift).
Scissura: Men leerde ook: een schoot moet schoon zijn en goed meewerken, het tijdsslot respecteren.
Determina: Hoewel ik me had ingelezen. Ik wist dat een scheurtje sneller geneest dan de knip, maar wanneer je daar eenmaal ligt, tja.
Diëne: Waarom heb je me geen strijd gegeven? Slechts dit loze negatief…
Scissura: Met gespreide benen strijdt men niet, dat vergemakkelijkt de boel.
Diëne: Ik heb me zo vuil gevoeld.
Scissura: Nu, het is niet dat men het zelf nooit ongemakkelijk heeft gevonden. De eerste keer trilde de hand toch een beetje. Maar zolang men het hoofd niet ophief,
Determina: De ingreep zelf heb ik amper gevoeld, het pijnlijkste waren de ontwijkende blikken.
Scissura: niet de blik zocht van mevrouw, die angstig was maar alleen omdat mevrouw de procedure niet goed kende, men er een cadans in zocht: het knipt schoner dan het scheurt, het knipt schoner dan het scheurt, het knipt schoner dan het scheurt, het knipt schoner dan het scheurt,
Diëne: Die eerste keer, ik een jaar of vijftien, nam de telefoon op met de linkerhand terwijl de rechterhand de eendenbek nog openhield. Ik voelde me precies dat: een opengesperde, gemuilkorfde.
Determina: Ik was het blinde raam aan het andere eind van de plaats delict. Of nee,
Scissura: dan kon de schaar als vanzelf door het weefsel glijden: huid, vaginawand, bekkenbodemspieren, en oké men voelde het in het eigen lijf, het snijden (zoals men naar een filmscène kan kijken waarin een oog wordt uitgerukt, en men daardoor de eigen oogbal voelt kloppen in de kas), het openrijten, en men keek toch even op maar daar ging de hand opnieuw van trillen, en de Prof. Dr. keek mee, dus dat moest men beter doen,
Determina: nee, ik wás de plaats delict. Niet de zondige vrouw, maar de zonde zelf, die door die vileine tante met de schaar moest worden opengeknipt, om onschadelijk te maken.
Diëne: Daar en toen heb ik die openheid voor altijd afgezworen.
Scissura: een schichtige hand langs de eigen schaamstreek om het daar tot bedaren te brengen, en al over naar de volgende stap want vanaf dat moment zou alles vlot verlopen, zodat men op tijd klaar was, zodat men naar buiten kon,
Determina: Ik ben me vuil blijven voelen. Ik kon niet langer dan een halfuur wandelen zonder dat het daar beneden begon te lopen. En stinken.
Diëne: De lijn waar ik van afstam ligt te strak, druipt nog karmozijnrood van cautionary tales en middeleeuwse idealen – mij zullen ze niet hebben liggen. Me eerst bezwangeren om me daarna neer te steken als de verantwoordelijkheid te zwaar om dragen is, vervolgens de rivier in te gooien en met de noorderzon te verdwijnen, maar niet zonder over die hele historie nog een klaaglijke ballade te schrijven, die door troubadours en ander voetvolk op het dorpsplein wordt gezongen en naar andere dorpen verspreid, om eeuwen later op tape te worden gezet en te worden gecoverd door legendarische rocksterren, mannen natuurlijk, op hun scheurende gitaren, nee,
Determina: De stinkende zonde. Maar ook nog steeds de zaligheid, het portaal naar een andere wereld. De wereld van de ongeborenen, waar de mannetjes die zoet genoeg zijn geweest met gouden lepels…
Diëne: doe mij maar de man, en daarmee bedoel ik niet het mes of het lied, maar gewoon: niét de buik, niét het weggewerkte, de gestorven geliefde die natuurlijk helemaal geen geliefde was maar gewoon een beeld, want welke geliefde ga je nu eerst bezwangeren om daarna neer te steken als de verantwoordelijkheid te zwaar om dragen is, vervolgens de rivier in te gooien en met de noorderzon te verdwijnen, maar niet zonder over die hele
historie nog een klaaglijke ballade te schrijven die –
Determina: Ik ben geen portaal, en al helemaal geen fabriek, ik ben de fucking Styx.
Scissura: naar buiten, wat geen echt buiten was, erbuiten komt men nooit – buiten dat lichaam, dat altijd onder die labolamp, altijd ontbloot, nooit thuis, altijd vreemd, met gespreide benen –, aan de ontdubbeling ontsnapt men nooit.
Determina: Er is geen huid meer om te overbruggen, binnen te treden. In het vernauwde ben ik met raken opgehouden.
Scissura: Niets dan de snede is het huis – altijd met twee, in strijd.
Diëne: Aan de handeling schuin te lezen was ik eerder een jongetje geweest. In de terugblik - een zonneharp, een breder leven.

Deze tekst verschijnt op 23/04/2026
***

Schrijf ons.
Met Mens me. willen we je graag uitnodigen om ook jou bedenkingen, inzichten, verhalen met ons te delen.

