top of page
Rune_MENSME-1.jpg

Rune Wittouck

Rune Wittouck is dramaturg, theaterdocent en theatermaker. Na zijn (Educatieve) Master in de Kunstwetenschappen: Podium- & Mediale kunsten aan UGent (en KULeuven) start hij nu aan de opleiding Drama: Regie & Schrijven aan het RITCS Brussel. Zijn passie voor de podiumkunsten vond hij in de theaterkampen, voorstellingen en sociaal-artistieke werking van productiehuis Antigone in geboortestad Kortrijk. Rune reflecteert over theater in nagesprekken, tekst of audio, als redactielid van o.a. het driemaandelijkse OPENDOEK-Magazine en het jaarlijkse, nomadische TheaterFestival (Vlaanderen & Brussel). Hij geeft theaterworkshops en les in het Deeltijds Kunstonderwijs, is betrokken bij het speelhetslim-aanbod van OPENDOEK vzw en vorig seizoen bij Het nieuwstedelijk (Leuven) als vrijwillig assistent dramaturgie. Als maker inspireert het ‘alles is theater’-idee hem; hoe (herkenbare) kleinmenselijke alledaagsheid iets maatschappelijks kan vertellen, en omgekeerd; met een haast socio-antropologische nieuwsgierigheid naar groepen en menselijke ontmoeting.

  • Youtube
  • YouTube
Verstoppertje in een open ruimte

Laten we verstoppertje spelen in een open ruimte
Laten we elkaar gegarandeerd vinden
Maar het spel gewoon blijven spelen


Laten we het zeker niet ‘verstoppertje’ noemen
Laten we het gewoonweg geen naam geven
Niet benoemen
Want benoemen is verliezen

 

Laten we al doende de regels ontdekken
En ze op hetzelfde moment weer veranderen
Laten we vergeten dat we aan het spelen zijn
En dat daar überhaupt regels bij horen

 

Laten we samen papieren vliegtuigjes vouwen op de minst efficiënte manier
En ze met hun staart vooruit de grond in sturen
De vleugels geen mooie boog in de lucht gunnen
Omdat we nog niet weten dat dat eigenlijk ‘de bedoeling’ is
En het zo ook leuk is

 

Laten we vergeten
Om opnieuw verrast te mogen worden
Plezier te vinden in het nog eens doen
Het niet-serieus nemen

 

En onthouden dat we het eigenlijk heel serieus nemen
Er altijd voor zullen gaan
Er voor zullen blijven kiezen
Te willen ervaren
Zonder te weten hoe
Nooit te willen verliezen
Enkel onszelf in het moment

 

Heel bewust het onbewuste te omarmen
Nut te zien in het nutteloze
De speler en toeschouwer tegelijk te zijn

Laten we als een pasgeboren baby de wereld ontdekken
Waar we vanalles kunnen
Ons lichaam
Onze zintuigen
Zijn
In die open ruimte waarin we ons bevinden
En wie we daar tegenkomen
Laten we elkaar er herontdekken

 

Laten we elkaar recht in de ogen kijken
Laten we lachen
Laten we luid lachen
Laten we uit dat lachen het huilen laten voortvloeien
En de woede
En de angst
Laten we dan opnieuw lachen
En schreeuwen
Zomaar
Tranen laten rollen
Terwijl de mondhoek de glimlach zoekt
Als het kind dat hun emoties nog geen naam kan geven

 

Laten we dan babbelen om te babbelen
Over vanalles en niets
Zomaar
En daarin de rust terugvinden

 

Laten we vooral niets doen
Niets maken
Of laat ons zeggen
Niets bewust moeten creëren
Betekenis geven
Maar actief laten ontstaat wat zal ontstaan

 

Laten we dat doen.

(Leestip: ‘De speelse mens’, Geert Belpaeme(2024, Questa-reeks - Letterwerk))

Meester van de vreugde.

Bekijk hier het gesprek met Alex Akuete.

Weencafé

 


In aflevering 6 ‘De verwarring van het donker’ hebben Eva en Ebe het over menselijke verbinding, over de barrière om binnen sociaal contact openlijk verdrietig te zijn, het feit dat je in onze samenleving vaak hard moet werken om een gelukkige schijn aan te houden, want wenen is taboe – en al zeker in het openbaar:

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Verschillende, chronologisch-opeenvolgende fragmenten uit éénzelfde samenkomst tussen twee figuren op café. Personage A is opgewekt, personage B eerder afgeleid. (Tip: De dialoog verloopt vaak trager dan gemiddeld leestempo.)

 

1.




B


 

 

 






 

2.

 













 

 

3.



B






A













 

4.












 

 

5.


B










B

A
B








 

6.


A









 


 

 





B

 






 

 

 






B

 



 

 

 

 

 

 

 

 



A

 

 

 

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Enkele jaren terug bekeek ik de docudrama ‘Stop acting now’ (2016) van Nederlandse theatergroep Wunderbaum. Daarin beslissen vijf acteurs om te stoppen met acteren om ‘over te gaan tot écht handelen’. Een van hen, actrice Marleen Scholten, gaat in de film de strijd aan tegen onze stressvolle positiviteitscultuur. Dat doet ze door, naar Japans voorbeeld, een ‘Tranenbar’ te openen.Daarin verwelkomt ze mensen om sámen te huilen. Anders dan de populaire ‘rage rooms’ waarin je opgebouwde frustraties kunt uitten door vanalles kapot te slaan, zijn zo’n ‘cry cafés’ (of rui katsu cafés) met hun zachte interieur en belichting, collectie aan droevige films en boeken, emotionele achtergrondmuziek, vaak met ijscrème en ander comfort food op de kaart, gemaakt om wenen, als een gezonde therapeutische ontlading van stress of negatieve emoties, te promoten. Beeld u in. Een typische bruine kroeg. Zo één net om de hoek van de Grote markt van een of andere centrumstad. Waar de tooghangers niet meer onoprecht ‘ja ja, ça va wel’ (moeten) zeggen, maar kunnen uiten ‘ik ben verdrietig, maar ik ben oké’. Kunnen huilen terwijl ze verder meedoen met het kaartspel.

 

(Kijktip: ‘Stop Acting Now’, Wunderbaum (2016) –
Leestip: ‘Waar zijn de wolken: Een pleidooi voor minder zelfzorg’, Suzanne Grotenhuis (2023))

Toch?
(herneemt focus)
Hm?
... ik zou denken van wel.
Ja ja

Tuurlijk.
Dat zei ik dus ook!

Ja...

Maar kijk ja.

(korte stilte)

Zeg, ça va?

Ja ja

Ge zijt zo stil...

Aah nee nee niets.

Ah ik dacht...

Nee ça va ça va.

Sorry.

Moest gij nog iets hebben?

(bestelt)

 

 

Merci!

(neemt een slok)

En voor de rest?

Hm?

Thuis?

Ja goed goed!

Allez

Bij jou?

Ja ja goe

We hebben sinds gisteren een nieuwe TV

Aah nice.

Zot wat dat dat vandaag niet allemaal kan zeg

Niet?

(korte stilte)

Ik vind van wel.

 

 

Nu ja...

De laatste tijd is het gewoon...

(roept) Ge zijt vergeten Uno te zeggen!

Wat?

Ge moest Uno zeggen! Uno... Laatste kaart...

(lacht) Zeven kaarten trekken!

Wat?

Ah ja...

(neemt zeven kaarten van de stapel)

Oké

’t Is aan mij

(legt een kleurkaart op stapel)

Rood...

Ik kies rood.

Euh...

(kijkt naar de kaarten)

Wat zei je? ‘De laatste tijd...’?

Wat?

Nee niets

Ah...

(kijkt naar de stapel) Dus?

Rood

Als je geen rode hebt, moet je er nemen

Ah ja...

 

 

Ik vind... Gij zijt echt sterk...

Weet ge dat?

Allez, met wat er allemaal...

’t Is toch ook nie...

(legt een +2-kaart op stapel)

Twee pakken

(gaat verder)

Ma bon, daar hoeven we het hier niet over te hebben hé.

Sorry

‘k Ben blij da ge hier eens zijt

Echt

Moest gij nog iets hebben?

(bestelt)

 

 

Euh merci

Zeg, schol é

Yess, schol!

(neemt een slok, kijkt naar gsm)

Ze laten mij in het weekend ook echt niet met rust hé

Er is nu blijkbaar een dossier dat nog doorgestuurd moest worden

Ik weet niet eens ...

Doet dat straks gewoon

Niet?

Ja da’s waar...

Ge hebt gelijk

Waar waren we?

(kijkt naar stapel)

Ge moet er acht pakken

Wablief?!

Allez hup!

Nee nee

Een plus-vier mag je niet op een plus-vier leggen

Da is ook nog een regel

Komaan

Geen regels gaan verzinnen hé

Nee, ik meen het!

Dus nu moet ik er vier?

Jup!

Pfff

 

 

’t Is plezant!

Zeker!

Nie?

Jawel

’t Zal wel zijn da’t plezant is!

‘En ik ben aan’t winnen

Wrijf het er nog wat in, ja

Hahah

(lacht)

Aah hier!

Ge kunt toch nog lachen

Hoezo?

Ah ‘k weet nie ‘hoezo’

Ge moet er bij blijven hé, om te winnen!

En een glimlach doet ook veel

Ja I know I know...

Ik voel mij vandaag gewoon wat...

Ik weet nie...

Verdrietig... Of zo...

(serieus) Ah.. oh..

Ja, ik ben gewoon wat... verdrietig

En euh...

Maar ik ben oké hé!

Allez, ik ben vooral echt blij dat ik hier met...

Ja...

Jou hier...

Maar anders kunnen we ook...?

Nee, maar...

Als een ander moment u beter uitkomt, moet ge het maar zeggen hé!Ik begrijp dat het... ’t Is ook niet gemakkelijk...

Nee nee

Dus...

Nee ça va.

Ik...

Nee, maar ik snap da hé!

We kunnen gewoon...

Ja?

Ja ja

Nee

Ik denk dat het misschien best is voor u als ik dan gewoon...

Ah?

Jaa ja, ik had sowieso nog  dat...

Dat dossier met die...

En dan kunt gij gewoon...

Het is net goed dat ik eens buiten kom onder de mensen en... (maakt aanstalten om te vertrekken)

Pakt u eens een goed bad ofzo

En kijkt een serie

Op’t gemak

‘Dark’, op Netflix bijvoorbeeld

In’t Duits wel

Echt crazy met tijdreizen en van die dingen.

Allez, ‘t is ingewikkelder dan dat.

Bon, ik snap het eigenlijk ook niet.

Of is er geen serie waar gij nu naar aan het kijken bent?

Euh...

Soit!

Dat gaat u goed doen!

Echt

We horen elkaar nog.

Oh...

Euh oké

(kijkt naar stapel Uno-kaarten)

Wilt ge dit potje niet nog afmaken?

Rune_MENSME-2.jpg

De verwarring van het donker.

Bekijk hier het gesprek met Eva Rossie.

Een rotsblok
 

 

Ik bevind mij op de grond, liggend op mijn rug. Ik staar naar een open hemel en ik denk… dat ik helemaal vast zit. Een soort gesteente lijkt zich bovenop mij te hebben gestold. Er ligt een rotsblok op mijn buik? Mijn maagzuur vormt zich een weg naar mijn keel en mijn longen hebben moeite lucht binnen te krijgen. Ik denk… dat ik mijn benen niet meer voel.

 

Ik hoor u… Ja… Laat ons even samen kijken… Oei, ja… U heeft gelijk… Daar is iets grondig mis… Het lijkt erop dat u met een geval van acute opkropping zit… Mogelijks heeft stilzwijgen zich opgestapeld… Daar is iets ernstig verhard… Dat kan best onaangenaam zijn…

 

Ik vrees dat ik dit niet langer kan volhouden. Hoe hard ik dit ook van mij af wil duwen, het lijkt aan mij vastgekleefd. Het brengt mij alleen maar dieper de grond in. Zou u iemand kunnen halen om mij hier van onderuit te krijgen?

 

Ik begrijp dat dit niet gemakkelijk voor u is… Het is belangrijk dat we zo snel mogelijk op de beste, meest efficiënte manier dit aanpakken…

 

Ik voel het precies alsmaar zwaarder worden. Kunnen stenen groeien? Ik denk dat ik word verpletterd. Ja, zo snel mogelijk. Dat zou fijn zijn, dankjewel.

 

Even zien… We hebben… We moeten natuurlijk ook kijken wat het slimste is om als eerste te doen… Even zien wat het protocol hierover zegt... Welk stappenplan we hiervoor best volgen...

 

Ik kan mij precies niet meer herinneren wanneer dit exact begonnen is. Dit kan niet uit de lucht zijn komen vallen. Het moet al even zijn dat ik iets met mij meedraag. De laatste tijd moet dit dan verder zijn beginnen groeien. Het negeren heeft zijn tegendeel bewezen, zoals u zegt. Het protocol?

 

Voor elk voorval – hetzij fysiek, mentaal, surreëel of verzonnen – hebben wij een specifieke methodiek… U begrijpt dat wij niet zomaar aan iets kunnen beginnen…

 

Ik moet dit snel van mij af kunnen schudden. Mijn ribben dreigen te gaan splijten. 

 

(radiostilte…)

 

Hallo? Hoort u mij? Het maakt mij op dit moment niet uit bij wie, wat of waar ik hiermee terecht kan. Ik denk dat het hoognodig is dat er iets gedaan wordt. Mag ik het met u erover hebben? Misschien dat dat al iets kan doen. 

 

Oei… Nee… Ik vrees dat dat niet zal gaan… Ik ben slecht een simpel tussenpersoon… Aan mij heeft u weinig…

 

Zo blijkt.

 

Het zit zo dat, wanneer of als zich zo’n geval voordoet – de statistieken achtten de kansen klein…

 

Dat betwijfel ik.

 

Dan kunnen we niet anders dan eerst een geschikt en onpartijdig aanspreekpunt aan te duiden… En binnen een bepaald tijdslot, uiteraard… 

 

Aanspreekpunt?

 

Zo staat het beschreven in het protocol…

 

Ik vermoed dat er meer tijd dan een tijdslot nodig zal zijn hiervoor.

 

Geen paniek… We gaan er voor zorgen dat de bron alleszins al snel verwijdert wordt...

 

De bron? 

 

Dat is de eerst stap… Ja… U mag erop vertrouwen dat deze ver weg zal zijn. Op die manier kunnen we voorkomen dat dit u nog eens voorvalt…

 

Maar begrijpt u, ik weet zelf nog niet helemaal hoe en wat, laat staan… Kunnen we niet beter… Een rotsblok perforeert mijn romp. 

 

Ik begrijp dat dit onaangenaam is… Een momentje… Ah, kijk… Ik heb iemand gevonden die u zal kunnen helpen… Ik heb een tijdslot voor u gereserveerd… Over een jaar of drie, vier, vijf kunt u langskomen…

 

Ik bevind mij liggend op de grond, staar naar de zware steen en ik vrees dat ik... 

 

Oh… En vergeet uw QR-code zeker niet goed bij te houden…

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Centraal in het gesprek “De rondedans van verbinding” tussen Frank en Ebe stond traumaverwerking in brede zin, en het (opnieuw) aangaan of net doorbreken van verbinding met een kwetsende of gekwetste. Naar het einde van de aflevering vertelt Frank daarbij een anekdote over hoe de school van zijn zoon omging met pestgedrag tegenover hem. Als vader wilde hij er voor zijn zoon zijn en eiste van de school een oplossing. Hij zou niet terugkeren, voor hij er zich veilig voelde. Wat mij in dat verhaal vooral verbaasde was het feit dat de

‘pester’ in kwestie (en zijn ouders) zelf niet bij het gesprek betrokken waren… iets wat Frank had voorgesteld, maar door de school werd geweigerd.

 

Die pestende jongen werd bovendien (na andere incidenten) uiteindelijk van school gestuurd. Een discutabele traditie in Vlaanderen, denkend aan onze huidige Minister van Onderwijs die alle ‘probleemjongeren’ op één school wil droppen… Misschien was het op dat moment net nodig om die verbinding voor hem te doorbreken om er wat uit te leren, maar dat repressieve (het straffen en verwijderen) heeft veelal minder effect dan sociaal preventief aan het werk gaan; kijken waar zit de oorzaak van dit gedrag en hoe voorkomen we dit, eerder dan het ‘probleem’ zorgvuldig wegsnijden en ver weg steken. Dit ter zijde.

 

Frank merkte ook op dat organisaties vaak zo’n belang hechten aan hun protocol eerder dan direct menselijk gesprek (met beide partijen), mogelijks uit angst voor confrontatie of het moeten opnemen van verantwoordelijkheid. Echter is ‘die confrontatie in contact met de ander en eigen angsten net nodig om iets te zien veranderen,’ aldus zijn slotwijsheid.

 

Dan nog iets… Ik ga er nu geen statistieken bijhalen – die kan je zelf even opzoeken – maar de wachtrijen voor mentale zorg bij jongeren zijn te lang. Er zijn gelukkig diverse initiatieven om daarin een handje toe te steken, maar op groter niveau mist vaak de nodige begeleiding om tot die confrontaties en traumaverwerking te komen. Daarbij hebben veel jongeren niet dat nodige sociaal vangnet, en al vaker niet bij zogenaamde ‘kwetsende.

 

Net als het lichaam heeft onze mentale capaciteit een bepaalde zelfhelende kracht, gelooft Frank, maar ook daar zit een zekere limiet op. Een sneetje in de vinger kan stollen, stil genezen en misschien een klein litteken achterlaten, maar een gebroken been of (bij wijze van spreken) een gat in de buik, vraagt echter externe chirurgische, revaliderende en sociale hulp.

De rondedans van de verbinding.

Bekijk hier het gesprek met Frank Houben.

essay: het theater als liminale plek



 

vogels

Net als Ella, de achtste gast van Mens Me., heb ik enkele jaren terug de voorstelling Birds (2021) van Seppe Baeyens mogen meemaken, op het basketbalpleintje aan de Opgeëistenlaan in Gent, mogelijks zelfs op hetzelfde moment.

Wat maakte die happening zo memorabel? In zijn vorige voorstelling INVITED (2018) had Seppe nog met een dik, blauw koord van 65 meter (gecreëerd door kunstenaar Ief Spincemaille) performers én publiek door een collectief geschreven choreografie op het podium geleid. Voor Birds onderzocht hij verder naar de mogelijkheid van het vormen van een tijdelijke gemeenschap door deze keer buiten de theaterzaal de openbare ruimte op te zoeken en daar te sleutelen aan de scheiding tussen theater en werkelijkheid. Birds wilde van toevallige voorbijgangers zowel toeschouwers als deelnemers van een soort ‘sociale choreografie’ maken.

Ik herinner mij een groepje performers en muzikanten die speelse interacties aangingen met toeschouwers en toevallige passanten op het plein. Niet vanuit een harde participatiedwang, maar telkens vanuit een zachte uitnodiging. Ik herinner mij bijvoorbeeld een moment waar twee groepen werden gevormd op het plein en vervolgens als in een soort veldslag naar de overkant werd gelopen. Ik herinner mij dat we hand-in-hand in een menselijke slinger over het plein wandelden en verstrikten. En dat we op een bepaald punt rondjes aan het rennen waren. Steeds opnieuw ontstonden verrassende composities waarbij iedereen van invloed bleek op het geheel. Er was geen strikte choreografie, wel een dramaturgie die door de ‘performers’ werd gevolgd. “Meer was er ook niet nodig. Dat was voldoende,” stelt Ella terecht.

Ik herinner mij vooral een bevrijdende energie die door mij heen ging; een gevoel van vrijheid en verbondenheid terwijl ik daar rondjes liep over dat plein, als een zwerm vogels in de lucht (vandaar waarschijnlijk ‘Birds’), even los van de drukte van het dagelijks leven en de stad rondom.

 

dionysia

 

Zoals Ella aangaf doet het werk van Seppe sterk denken aan rituelen. Ze merkte in de aflevering op dat theatermakers meer en meer teruggaan naar dat ritualistische, op zoek zijn naar nieuwe rituelen. Dat hoeft niet te verwonderen; het theater is dan ook uit het ritueel ontstaan. Zonder een gedetailleerd of uitgebreide geschiedenisles te geven: de rituelen ter ere van Dionysus, god van de wijn en extase, bestonden uit zang, dans en verklede optochten; een groot feest. Tijdens deze grote feesten (de Dionysia), vergelijkbaar met hedendaags carnaval, werden verhalen uitgebeeld en ontstond er een vorm van rolspel en dialoog. Dit groeide geleidelijk uit tot een duidelijkere scheding tussen acteurs en publiek, tot het klassiek Griekse theater. Let op, we moeten ons natuurlijk bewust zijn van deze westerse kijk op geschiedschrijving. We kunnen niet zomaar zeggen dat dat per se ‘de eerste vormen van theater’ waren, maar laten we er wel vanuit gaan dat het theater uit het ritueel is ontstaan. Dat ritualistische karakter is vervolgens in zijn expliciete vorm binnen de theatergeschiedenis wat verdwenen. Maar later in de moderniteit kwam er echter opnieuw het verlangen naar een terugkeer ervan. Theatermakers en -denkers als Artaud, Grotowski en Schechner zochten opnieuw naar het theater als een gedeelde, lichamelijke en vaak bijna spirituele ervaring. Dit zien we nu in het huidige landschap ook terugkomen, zoals Ella opmerkt.

Qua eigen, recente voorbeelden van ritualistische voorstellingen naast Birds moet ik nog denken aan Funeral (2022) van Gents theaterperformancecollectief Ontroerend Goed, over het leren leven met de eindigheid van de dingen. We schudden er onder andere het mede-publiek de hand, gooiden of strooiden om beurt confetti op een pilaar, zongen samen een lied over herinneren en vergeten, of dronken koffie of thee. Of aan The Dancing Public (2021), de solo van Mette Ingvartsen, gebaseerd op het historische fenomeen van de dansmanie.  Ze onderzocht de bewegingsextase bij sociale bijeenkomsten in de nasleep van een pandemie door het publiek op de beats van de muziek te laten meedansen, terwijl ze een verhaal vertelde. Na het ‘einde’ bleef de muziek en lichtplan aan en konden we samen eventjes doorfeesten. Er zijn daarnaast voorstellingen waaraan ik denk die een ritualistische esthetiek dragen, maar daarom nog niet onder die noemer ‘ritueel’ vallen. Want wat hebben bovengenoemde voorbeelden met elkaar gemeen? Het is geen entertainment die het publiek van zijn ‘luie stoel’ consumeert. Het zijn vormen die teruggaan naar dat belichaamde, sociale gegeven, het theater als ritualistische plaats om zich gezamenlijk even af te zonderen van het alledaagse, iets actief door te gaan en er ‘anders’ uit te komen. 

 

liminaliteit en communitas

 

Maar voor ik verder ga: wat is, of kenmerkt, een ritueel nu eigenlijk? Er is een heel studieveld gewijd aan rituelen, Ritual Studies, waarin ik absoluut geen expert ben, maar kortweg is een ritueel een opeenvolging van specifieke handelingen in een bepaalde volgorde, op een bepaalde plek en in een welbepaalde culturele en/of religieuze context. Rituelen zijn belangrijke tools om overgangen in het menselijke leven te markeren, denk maar aan de geboorte, volwassen worden, het huwelijk, de dood, etc. Bij rituelen gaat het altijd over een soort verandering van status. In ‘Rites de passage’ (1909) stelt etnoloog en folklorist Arnold van Gennep dat het ritueel uit drie fases bestaat: de fase voor de verandering (pre-liminal – van het Latijnse woord limen, wat ‘drempel’ betekent), de fase waarin de verandering zich voltrekt (liminal) en de fase waarin de verandering wordt bekrachtigd (post-liminal). 

Bij het ritueel is er dus (een voorbereiding tot) een tijdelijke afzondering van de alledaagse structuur, daarbinnen een reeks aan vastgelegde handelingen om vervolgens (op gelijk welke manier) getransformeerd terug in de maatschappij te komen; denk maar aan de plechtige communie of lentefeest als overgangsritueel tot een bepaalde (volwassen) gemeenschap. Antropoloog Victor Turner stelde aanvullende dat het ritueel, en vooral die liminale fase, specifiek gemarkeerde ruimtes, tijdspannes, vormen en expressie vraagt, met hun specifieke mis-en-scène, theatraliteit. Let op: rituelen zijn niet stabiel, maar veranderen en worden ook uitgevonden.

En de kracht van het ritueel in die fase van liminaliteit zit hem net in de overweldiging, onderdompeling, tijdelijke bevrijding van de geijkte sociale, religieuze en culturele identiteiten. Het is net in die vorm van ‘anti-structure’ dat opnieuw sterke verbondenheid gevormd kan worden. Dat noemen ze ook wel ‘communitas’, het intens gevoel van ongestructureerde gemeenschapszin, waarbinnen sociale verschillen tijdelijk wegvallen. Rituelen zijn dus samenlevings-verstorend maar daarin net gemeenschaps-vormend. Het verlies en verlangen van/naar die communitas is een typisch probleem van de moderniteit, dus vandaar de vraag naar nieuwe rituelen binnen het theater.

 

(eervolle vermelding: cursus Rituele aspecten van de podium- en mediale kunsten, prof. Bram Van Oostveldt, BA Kunstwetenschappen: Podium- en mediale kunsten, UGent, 2020-21)

 

sociale kunst 

 

Het theater, de podiumkunsten, is voor mij de sociale kunstvorm bij uitstek. Het kan pas ontstaan door de sociale situatie. Er is ‘bij wijze van spreken’ niet meer nodig dan iemand die naar iemand anders kijkt die iets zegt en/of doet in een ruimte; of die nu een personage speelt, vertelt of (schijnbaar) zichzelf is. 

"I can take any empty space and call it a bare stage. A man walks across this empty space whilst someone else is watching him, and this is all that is needed for an act of theatre to be engaged." (regisseur Peter Brook, in zijn boek ‘The Empty Space’ (1968))

Bovendien is, anders dan de verf van een schilder of de klei van een beeldhouwer, het subject en object van de podiumkunsten de mens van vlees en bloed. Theater is levende materie. Zelfs bij beeldende theatervoorstellingen waarin de audiovisuele media de ervaring stuurt, zit nog steeds een menselijke technieker achter het ontwerp en de knoppen – zo niet zouden we eerder spreken over installatiekunst. En vergelijkbaar met de filmindustrie zijn er vaak vele handen nodig om een voorstelling te realiseren.

Dat sociale karakter van theater (maken) resoneert erg met mijn houding als jong theatermaker. Ik heb het theater leren kennen in de theaterkampen en sociaal-artistieke werking van theaterhuis Antigone (Kortrijk), waar ik uiteindelijk voor mijn studies zou terugkeren als stagiair en onderzoeker. Het was mijn eerste aanraking met maakprocessen waarbij het sociale aspect zo sterk voelbaar was; in die context ook explicieter gemeenschapsvormend, in lijn met armoede- en eenzaamheidbestrijding. Dat ging van de warmte van de koffiemomenten voor de repetitie, tot het delen van verhalen in het maakproces en uiteindelijk samen op scène hele mooie gevoelens tot het publiek brengen. Zoals Tiago Rodrigues, directeur van Festival d’Avignon, eens zei in een interview « J’ai commencé à faire du théâtre pour ne pas être seul, » is mede waarom ik het theater zo boeiend vind. En dat is iets waar wij denk ik nog meer bewust van mogen zijn, en bewuster kunnen inzetten; in de creatieprocessen, maar dus ook in de zaal.

Ik was onlangs voor een voorstelling in een theaterzaal in Antwerpen en ik had gewoon vervangende schaamte over wie allemaal in de zaal zat, namelijk allemaal dramastudenten, -docenten en mensen uit het veld, maar dan denk ik “enkel voor deze mensen maken jullie deze anti-kapitalistische voorstelling toch helemaal niet?!” Er zit zoveel moois in samen kijken naar hoe mensen zich door het leven worstelen – want dat is wat theater uiteindelijk is – maar laten we dat dan ook openbreken, manieren zoeken om die uitnodigende ‘cirkels’, waar Ella het in de aflevering over heeft, te kunnen tekenen. Laten we proberen teruggaan naar het theater als gemeenschapsvormend – let op: niet minder maatschappijkritische! – rituele plek. Laten we zoeken naar het theaterbezoek als ritueel (los van impliciete of expliciet ritualistische vormen), waar zijn tijdelijke expressieve anti-structuur mensen kan samenbrengen, los van hun verschillen. Er zijn gelukkig al veel initiatieven omtrent toegankelijkheid, participatie of spreiding die dit al wat opentrekken; alsook de rituele voorstellingen waarover ik sprak. Toch staat die communitas, van waaruit het theater is ontstaan, nog te weinig centraal. Bovendien kunnen we, volgens mij, enkel op die manier stilaan loskomen van het verkeerde (maar begrijpelijke) beeld van het zogenaamd elitaire gesubsidieerde theater. 

En, ook al is het mijn veld, het theater hoeft daarbij niet de enige initiator zijn. Het gaat vooral om het ritualistisch-potentieel, de theatraliteit van (semi)publieke ruimtes waar die cirkels als toegangspoorten tot verbinding kunnen worden getekend.

 

liminal- and third places

 

Dat brengt mij terug naar het ‘liminale’ waarover ik eerder sprak. De term liminaliteit wordt vandaag nog vooral gebruikt om ‘liminal spaces’ aan te duiden, plekken die fungeren als een overgangs- of tussengebied tussen twee andere plaatsen of toestanden; zoals een bushalte, wachtzaal, kleedkamer, gangen, etc. Liminale ruimtes voelen vaak onbestemd, onzeker of desolaat aan, omdat ze bedoeld zijn om doorheen te reizen, niet om te verblijven. Maar laat die tussenruimtes, los van hun esthetiek, misschien net die plekken zijn om elkaar te ontmoeten, in plaats van er louter passeren. Niet?

Er is een fotoreeks ‘Waiting Room’ (2019) waarin fotograaf Marin Dirguez over een periode van acht maanden de stoelen van eenzelfde wachtzaal in het spoed van een Brussels ziekenhuis fotografeert en zo verschillende taferelen in beeld bracht. We zien een patiënt aan het infuus, naast haar valiezen en iemand die in slaap lijkt gevallen; dan iemand die voorovergebogen aan het bellen is; een vrouw leunend op de schoot van een man; vier politieagenten, waarvan één een stapel papieren doorneemt; of een groepje babbelende, lachende jongeren. Allemaal zijn ze aan het wachten op iets of iemand. Dat inspireert mij enorm als theatermaker én als mens; de theatraliteit van het alledaagse en de nieuwsgierigheid naar wat leeft bij de ander. Het brengt mij altijd in een gevoel van ‘sonder’, het neologisme voor “het plotselinge, diepe besef dat elke willekeurige voorbijganger een leven leidt dat net zo levendig, complex en ingewikkeld is als dat van jouzelf”. Die (toevallige) samenkomsten op die plekken noem ik dan weer wel ‘theater’ – omdat voor mij ‘alles theater is’. Maar is dat beroepsmisvorming of een mooie manier om naar de wereld te kijken(?)

In lijn daarvan wil ik tot slot een andere soort place tot mijn gedachtestroom introduceren, namelijk ‘third places’. Het is de term, geïntroduceerd door Amerikaans stadssocioloog Ray Oldenburg in zijn boek The Great Good Place (1989), die de plekken aanduidt die noch iemands thuis, noch iemands werkplek zijn en ruimte bieden voor ontspanning en sociaal contact. Voorbeelden hiervan zijn een café, koffiezaak, kapperszaak, dorpshuis, club, kerk, sportschool, openbare bibliotheek of park. Kenmerkend aan die ‘derde plekken’ is dat het zonder-verplichtingen open, toegankelijk en klasseneutraal is. De hoofdactiviteit op zo’n plek is luchtig babbelen, met een speels karakter. Er zijn meestal ‘regulars’, vaste bezoekers van zo’n third place, die vaak de toon en karakter bepalen en tegelijk net zorgen voor een welkom gevoel.

Er zijn tegenwoordig veel van deze soort plekken, maar toch heerst er nog grote eenzaamheid… Die plekken zijn dan ook vaak geen echte third places (meer), maar simulaties ervan. Ze simuleren de esthetiek ervan zonder de trage opbouw van een community die er normaal mee verworteld is. Waar cafés vroeger klassen vervaagden en culturen samenbrachten, zijn ze nu sterk gecureerde plekken die zijn gemaakt om een bepaald type mensen aan te trekken, vaak in reeds door gentrificatie beïnvloede buurten. En in contrast met third places waar mensen hele dagen zouden kunnen zitten zonder iets te moeten, gewoon ‘te zijn’, zijn deze pseudo-third places net gericht op consumptie. Je kan niet zitten bij die ene coffeebar zonder verplicht eerst iets te bestellen. Met andere woorden zijn ze niet neutraal en niet zonder-verplichtingen. Deze hippe plekken kunnen natuurlijk best fijn zijn, maar hun opkomst gaat wel samen met de teloorgang van échte open, community-based third places; gaan dus in tegen alles wat zo’n plekken voor onze mentale en sociale gezondheid belangrijk maakt. (expliciete parafrase: Anna | Design (TikTok))

Daarbij, we zijn allemaal blij met de vernieuwde bibliotheek met specialty coffee zaak, tenzij er plots een thuisloze zit... We zijn allemaal voorstander van het nieuwe pleintje met klimrek tenzij er jongeren gaan ‘hangen’... om vervolgens in onze vluchtige maatschappij en de ratrace waarin we leven zelfs geen tijd te maken om zelf in die bib of dat pleintje even te vertoeven – maar dat is misschien weer een ander verhaal.

Om een allerlaatste keer terug te komen op het theater en daarbij deze gedachtestroom af te sluiten… (Eerlijk, ik wist zelf niet waartoe dit ging leiden.) Naast de droom van het theaterbezoek als ‘liminale plek’ waarin die communitas kan zegevieren, wil ik pleiten voor de theaterfoyer als zo’n (oprechte) ‘third place’, voor het theater(gebouw) als plek waar we tussen thuis en werk elkaar spontaan kunnen vinden om vervolgens eventueel er samen iets te beleven.

Cirkels en kathedralen.

Bekijk hier het gesprek met Ella Meeusen.

Schrijf ons.

Met Mens me. willen we je graag uitnodigen om ook jou bedenkingen, inzichten, verhalen met ons te delen. 

Mens me.

Beankt voor het delen.

bottom of page